Hoe je ouder wordt, heb je niet helemaal in de hand. Met de juiste hulp kun je wel aandacht besteden aan de dingen die jij belangrijk vindt. Zodat een goed leven hebben, ook op hogere leeftijd mogelijk is.

ouderen amsterdam eenzaamheidJos Emelot (80) leeft samen met poes Maribel in een historisch wijkje, in 1919 gebouwd in opdracht van wethouder Wibaut. Hij woont in een Anton Piekachtig-huisje, gezellig ingericht en volgestouwd met boeken. Tot zijn 40ste was Jos modetekenaar en ontwerper, vervolgens heeft hij een aantal jaren bij het gemeentearchief gewerkt. Vanuit deze functie kwam hij met 45 jaar in de AOW terecht. In de periode daarna deed hij veel vrijwilligerswerk bij diverse wijkposten.

Roze de jaren 50
Als homoseksueel heeft hij in de jaren 50 -de tijd van de homo-onderdrukking- veel problemen gekend. ‘Een baan bij overheid en gemeente kon je wel vergeten,’ vertelt Jos. In de jaren 60 begon het thema bespreekbaar te worden, maar nog steeds moest je voorzichtig zijn.

‘Mijn ouders begrepen niets van mijn geaardheid, wat mijn vader ertoe aanzette me te slaan. Mijn vader een sterke kroegbaas, spraak nooit met iemand, ook met mij niet. Ik werd tenslotte ter observatie opgenomen, ben naar een pleeggezin verhuisd en ging een half jaar later zelfstandig op kamers wonen.’

Naar aanleiding van al zijn ervaringen heeft Jos heeft een boekje geschreven met 20 verhalen ‘Uit het leven’ voor het project ‘Roze ouderen’.

‘Mijn leven is moeizaam gegaan, ik heb mezelf in stand gehouden, maar nu kan ik doen waar ik zin in heb en mijn tijd helemaal naar wens invullen!’

Omgaan met moeilijk verleden
‘Mijn hobby’s houden me op de been: musea en tentoonstellingen bezoeken, films kijken, op zoek gaan naar bijzondere boeken met name over de joodse geschiedenis van Amsterdam en verzamelen van aanzicht-en prentkaarten. Het geeft me een vorm van voldoening, dat ik geleerd heb om met alle vreselijke trauma’s en moeilijke situaties om te gaan en ze achter me te laten.Vroeger moest ik veel onderdrukken en onder het tapijt vegen. Ik moet wel accepteren dat het verleden me nog regelmatig overvalt. Naarmate ik ouder word, wordt alles scherper en duidelijker.’

Op 26 mei in 1943 was Jos getuige van een van de grootste razzia’s in het kader van de jodenvervolging. Hij zag hoe zijn joodse buren werden weggevoerd en met een geweer in de rug de trap af geduwd. Hij zat vaak op schoot bij deze joodse buurvrouw. Ze leerde hem schrijven en lezen nog voordat hij naar school ging. Soms stuurde ze hem naar de Nieuwmarkt om te kijken of er Duitse soldaten waren, want dan durfde ze niet naar buiten. ‘Na de oorlog moest je deze gebeurtenissen zien te verwerken. Hij hoopte dat de joodse buren naar de VS waren geëmigreerd, maar hoorde tot zijn grote verdriet dat ze zijn omgekomen in een concentratiekamp.

Oppassen geblazen
‘Ik ben altijd alleen geweest, liep al op mijn vierde alleen naar de bewaarschool, had één vriendje en zag mijn ouders alleen rond etenstijd.  Sociale contacten kan ik maar mondjesmaat toelaten. Ik ben al 26 jaar in therapie (psychosynthese) waardoor ik door het leven wordt gegidst. Ik heb zeker al 30 jaar geen relatie meer.’

Het thema gezondheid komt ter sprake. Jos blijkt diabetes en een chronische galblaasontsteking te hebben, dat maakt het dieet zonder suiker en vet dat hij moet volgen, ingewikkeld. Het is altijd oppassen geblazen.

De Zilverlijst
Hij is van plan om meer te tekenen en te schrijven: ‘Want dat kan ik goed!’ Hij wil meer uit zijn isolement komen en ook buiten de deur tekenen met anderen. Wekelijks wordt Jos 20 minuten lang door een onbekende gebeld van de Zilverlijst. De Zilverlijst heeft tot doel sociale contacten met ouderen te onderhouden. ‘Geruststellend vind ik, als ik niet meer wakker wordt, dat ik niet een week in mijn huis blijf liggen.’

Tekst: Ulla Nuess